De Jubilaris [16/29]

Ze worden wel ‘De laatsten der Mohikanen’ genoemd. Mannen en vrouwen die (vrijwel) hun hele arbeidzame leven bij een en dezelfde werkgever doorbrengen. Vandaar dat Shell Interview om de twee maanden een van hen aan het woord laat. In aflevering zestien, met 40 dienstjaren: Theo Pijpers, (58), Head Secretariat Intellectual Property & Legal Services.

Trefwoorden:

Theo Pijpers, jubilaris, administratie, carrièremaken, verhuizingen, werksfeer, lol

Quotes:

Mijn baas, de heer Schep, had een kale kop, dus die viel meteen op. Hij zat midden in de gang tussen twee glazen schotten en kon zo links en rechts de afdeling inkijken. Als jij drie keer van je kamer afliep dan werd er gevraagd: ‘Theo, jongen, heb je wat aan je blaas?’

Iedereen had zowat een eigen kamer, we hadden een balzaal voor ons archief, we hadden een eigen parkeerplaats, eigen catering, ’s zomers zette je de ramen open en hoorde je de vogeltjes fluiten. Alleen de baas vond dat-ie te ver van het Centraal Kantoor zat.

>>>>>>>

Met zijn Mulo-diploma op zak besluit Theo Pijpers om naar de vierde klas van de HBS door te stromen. “Waarom niet naar 3 HBS, want dat was de gebruikelijke optie. Omdat ik nooit echt sterk in wiskunde ben geweest, en dat vak werd in het derde jaar afgesloten. Maar die overstap was nogal groot, dus liep ik op mijn tenen, dat eerste kwartaal. Ik deed goed mijn best, alleen zagen we in december toch dat ik overall te zwak bleek om te zeggen: ‘Ja, hij heeft een kans om over te gaan’.”

Theo stopt dan ook met de HBS en ziet zich geconfronteerd met de vraag: Wat nu? “Ikzelf wist niet wat ik wilde, dus dat had je er ook nog eens bij. En toen zei mijn vader op een goed moment: ‘Joh, probeer het eens bij de Shell’.” Hij belt met de Carel van Bylandtlaan en krijgt te horen dat hij kan komen praten. Hij heeft een prettig gesprek dat wordt afgesloten met de woorden: ‘Er zit iets in de pijplijn, dus binnen een week of twee laten we wel wat weten’.

“En, inderdaad. Binnen twee weken een brief, een gesprek, en ik kon beginnen. Op de PSAH/14, de Personel Services Administration The Hague, om precies te zijn. Bij de tekeningenregistratie. Wat ik daar deed? Nou, als jong broekie leerde je daar de eerste principes van een administratie, en het omgaan met mensen die al tig jaar op die afdeling zaten. Mijn baas, de heer Schep, had een kale kop, dus die viel meteen op. Hij zat midden in de gang tussen twee glazen schotten en kon zo links en rechts de afdeling inkijken. Als jij drie keer van je kamer afliep dan werd er gevraagd: ‘Theo, jongen, heb je wat aan je blaas?’

MIJN BAAS HAD EEN KALE KOP DUS DIE VIEL METEEN OP

Begin ’67. Theo wordt overgeplaatst naar de technische catalogi. “Ja, ik had zelf aangegeven dat ik na drie jaar wel eens wat anders wilde. Je wilt carrière maken en dan krijg je dat.” Een jaar later leert hij zijn vrouw kennen met wie hij zich weer een jaar later verloofd.

“En de traditie was toen dat je op dat moment uit elkaar werd gehaald. Nee, mijn verloofde werkte niet op dezelfde afdeling, maar wel op dezelfde gang. Zij werkte bij Chemie. Hoe ik haar heb leren kennen? Je had natuurlijk helemaal niks met de afdeling van de overkant te maken, maar ze liep een keer voorbij en dat viel op. Ik dacht: hee, da’s aardig. En van het een komt het ander natuurlijk. Contact ontstaat, praatje ontstaat.”

Theo verkast naar de President Kennedylaan, waar op dat moment de octrooi-afdeling gehuisvest is. Hij gaat er aan de slag op het secretariaat en wordt verantwoordelijk voor de uitgaande post. In de jaren die volgen blijft hij verbonden aan het secretariaat en maakt twee verhuizingen mee: in 1974 naar de Oostduinlaan 75 en in 1976 naar de Floris Grijpstraat. Gezien de korte periode die tussen beide verhuizingen zit, staat de octrooi-afdeling ook bekend als ‘de zigeuners van de Shell’.

WE HADDEN EEN BALZAAL VOOR ONS ARCHIEF, EEN EIGEN PARKEERPLAATS, EIGEN CATERING

Tot 1986 bleven we zitten waar we zaten. En ik moet zeggen dat die tien jaren hele mooie jaren waren. Iedereen had zowat een eigen kamer, we hadden een balzaal voor ons archief, we hadden een eigen parkeerplaats, eigen catering, ’s zomers zette je de ramen open en hoorde je de vogeltjes fluiten. Alleen de baas vond dat-ie te ver van het Centraal Kantoor zat.”

Begin jaren tachtig wordt Theo Head Secretariat Intellectual Property. “Ik had allerlei cursussen gevolgd en op een bepaald moment neem je de directe chef eens waar, die gaat met vakantie. Dat loopt goed af. Dan gaat je chef met vervroegd pensioen en is de keus: nemen we Theo of nemen we iemand anders? En Theo mocht het doen. Ja, de afdeling was vergeleken met nu behoorlijk groot, over de honderdtwintig mensen, en we hadden een aparte typing pool omdat alle octrooiaanvragen aan een wettelijke lay out moesten voldoen.”

Zoals gezegd verhuist Theo’s afdeling opnieuw in 1986, en wel naar C16. In 2001 volgt de locatie Stichthage en als alles volgens de planning verloopt keert Theo midden 2005 terug naar de Carel van Bylandtlaan. “We krijgen een stek in C30 en dan is voor mij de cirkel rond, dan heb ik in mijn Shell-carrière alle CK-gebouwen gehad!”

HET IS GEWOON EEN KWESTIE VAN BLIJVEN ZITTEN EN JE NIET VERROEREN

Op de vraag hoe Theo het al veertig bij Shell ‘uithoudt’ antwoordt hij: “Het is gewoon een kwestie van blijven zitten en je niet verroeren. Daarbij komt dan nog de werksfeer en dan is het belangrijkste punt: wat voor collega’s heb je? Kun je met ze door één deur? Als je ergens tien, twintig jaar zit, dan word je één grote familie en ga je rekening met elkaar houden. En als je dan ook nog lol in je werk hebt, houd je het makkelijk vol.”

^^^^^^^^^^

Dit artikel verscheen in Interview, het personeelsblad van Shell Den Haag – rubriek: Jubilaris (13 februari 2004).

Noot: Deze rubriek bedacht ik begin 2001 voor Interview. Omdat de media toentertijd bol stonden van de verhalen over ‘jobhopping’, ‘het einde van lifetime employment’, ‘the brand You’ enzovoorts, vond ik het interessant om mensen die wel (bijna) heel hun arbeidzame leven trouw blijven aan één werkgever ‘te vereeuwigen’. Want het leek er sterk op dat we hier met een uitstervend ras te maken hadden…

Het uitgangspunt van ‘De Jubilaris’ was eenvoudig: een interview aan de hand van iemands CV, met een sterke nadruk op persoonlijke anekdotes. De rubriek werd direct enthousiast ontvangen en is pas onlangs gestopt. Ikzelf heb 29 afleveringen lang (bijna zes jaar lang) met veel plezier Jubilarissen geïnterviewd. En hoewel sommigen vonden dat ze ‘helemaal niet interessant waren’, of ‘eigenlijk niks te vertellen hadden’ zijn het stuk voor stuk mooie verhalen geworden!

Nog geen reacties.

Plaats een reactie